← Alle artikelen
— Preventie

Waarom naar de tandarts als er niets aan de hand is?

Omdat pijn een laat signaal is. Bijna alles wat wij bij een controle vinden, gaf op dat moment nog geen enkele klacht, en juist daarom was het nog klein.

5 min lezen
Close-up van kauwvlakken: bij de controle letten we ook op slijtage

Pijn is een laat signaal

De meeste mensen gebruiken pijn als het startsein om iets te laten bekijken. Bij de meeste lichamelijke klachten werkt dat ook redelijk.

In de mond werkt het slecht, en dat komt door de bouw van een tand.

De buitenkant van uw tand, het glazuur, bevat geen zenuwen. Daaronder ligt het tandbeen, dat wel gevoelig is, en in de kern zit de zenuw. Een gaatje begint in dat glazuur en groeit naar binnen. Zolang het in de buitenste laag zit, voelt u niets, want daar valt niets te voelen.

Pas als het bederf het tandbeen bereikt, wordt de tand gevoelig voor koud of zoet. En pas als het de zenuw nadert, krijgt u echt pijn.

Op dat moment is er al een aanzienlijk stuk tand verdwenen. Pijn is dus niet het begin van het probleem, maar een gevorderd stadium ervan.

Bij tandvlees is het nog stiller

Bij tandvleesontsteking ontbreekt het pijnsignaal vrijwel helemaal.

Wat er gebeurt: door plak en tandsteen langs de tandvleesrand ontstaat een ontsteking. Blijft die bestaan, dan trekt het tandvlees zich terug en ontstaan er diepere ruimtes waar bacteriën zich ophopen. Die tasten langzaam het bot aan waarin uw tanden vastzitten.

Dat proces doet geen pijn. Het enige vroege signaal is bloeding bij het poetsen, en juist dat wordt vaak uitgelegd als te hard poetsen in plaats van als ontsteking.

Tegen de tijd dat iemand het zelf merkt, doordat tanden losser gaan staan of van plaats veranderen, is er al bot verloren gegaan. En dat is het punt dat we het zwaarst laten wegen: verloren bot komt niet terug. Wij kunnen de afbraak stoppen, maar niet ongedaan maken.

Parodontitis is de belangrijkste oorzaak van tandverlies bij volwassenen, en het verloopt bijna altijd zonder klachten tot het te ver is.

Wat vroeg zien concreet uitmaakt

Neem één gaatje en volg het door de tijd.

Nu, in het glazuur. Soms is het zelfs zonder boren te stoppen: met fluoride, gerichte poetsinstructie en het bij elke controle in de gaten houden. Geen boor, geen verdoving.

Over een jaar, in het tandbeen. Een vulling. Eén afspraak, verdoving, klaar.

Over twee of drie jaar, bij de zenuw. Een wortelkanaalbehandeling, en daarna meestal een kroon, omdat de behandelde tand brozer is geworden en anders kan breken. Meerdere afspraken en een veelvoud aan kosten.

Nog later. Soms is de tand niet meer te behouden, en komt u uit bij een implantaat of een brug.

Dezelfde tand, hetzelfde beginpunt. Het enige verschil is het moment waarop iemand keek.

Wat u alleen ziet door te vergelijken

Er is een categorie problemen die zelfs een goede tandarts niet in één keer kan vaststellen, hoe zorgvuldig hij ook kijkt.

Gebitsslijtage is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Doordat we onze tanden tegenwoordig veel langer houden, zien we bij volwassenen steeds vaker toenemende slijtage door knarsen, door zuur of gewoon door de jaren.

Het probleem met slijtage is dat er geen moment is waarop het opvalt. Elke tand is een beetje afgesleten; de vraag is of het toeneemt en hoe snel.

Daarvoor is een reeks nodig. Wij leggen de situatie op indicatie vast met digitale scans en vergelijken die over de jaren met elkaar, volgens de richtlijn Gebitsslijtage van het KIMO. Ziet u ons alleen bij pijn, dan is er niets om mee te vergelijken, en dan valt slijtage pas op als er al hoogte verloren is.

Hetzelfde geldt in mindere mate voor uw tandvlees, voor de randen van bestaande vullingen en voor een kroon die iets losser begint te zitten.

Wat er in die tien minuten gebeurt

Een controle duurt tien tot vijftien minuten en doet geen pijn. We kijken en tasten voorzichtig, meer niet.

In die tijd komt meer langs dan alleen gaatjes:

  • Gaatjes en bestaande restauraties. Ook of de randen van oude vullingen en kronen nog dicht zijn, want daaronder ontstaat nieuw bederf ongezien.
  • Tandvlees. Kleur, stevigheid en bloedingsneiging, en zo nodig een meting van de diepte tussen tand en tandvlees.
  • Beet en slijtage. Hoe uw tanden op elkaar komen, of er knarsen meespeelt en of de slijtage toeneemt.
  • Weke delen. Een plekje dat blijft irriteren of niet geneest, hoort bekeken te worden.

Daarna bespreken we wat ons opvalt en wat er eventueel nodig is. We beginnen niets zonder overleg, en niet alles wat we zien hoeft meteen behandeld te worden: soms is het antwoord om iets aan te kijken bij de volgende controle.

Hoe vaak dan?

Voor de meeste mensen twee keer per jaar. Bij een stabiel gebit met weinig risico kan één keer per jaar genoeg zijn.

Dat is bewust maatwerk. Wie gevoelig is voor gaatjes, rookt, diabetes heeft, veel vullingen of kronen draagt of eerder tandvleesproblemen had, heeft meer baat bij twee keer. Wie al jaren een rustig gebit heeft, hoeft niet onnodig vaak te komen.

Het argument dat het vaakst blijft hangen

Wie alleen bij pijn komt, komt per definitie altijd op het duurste en ingrijpendste moment. Er wordt op dat moment niet meer gerekend; pijn ontstaat nu eenmaal pas als het probleem ver genoeg gevorderd is.

Een controle is daarmee vooral een manier om de kans te vergroten dat u ons zelden voor iets groots hoeft te zien.

Waar we naar kijken
Close-up van kauwvlakken met zichtbare slijtage
Slijtage zoals hier is niet in één jaar ontstaan en geeft zelden pijn. Juist dat maakt hem alleen zichtbaar door te vergelijken met hoe uw gebit er eerder uitzag. Zonder reeks controles is er niets om mee te vergelijken.
Meer over de periodieke controle

Wat wij hierin doen

We kijken verder dan gaatjes: naar uw tandvlees, uw beet, de kwaliteit van bestaande vullingen en kronen, slijtage en de esthetiek van uw gebit.

We volgen slijtage op indicatie met digitale scans die we over de jaren met elkaar vergelijken, volgens de richtlijn Gebitsslijtage van het KIMO. Verandering zien vraagt om een vorige meting.

We maken niet standaard een röntgenfoto. Die maken we periodiek of bij twijfel, niet bij elke controle.

We beginnen niets zonder overleg. Zien we iets, dan bespreken we eerst wat het is, hoe urgent het is en wat er kan wachten.

Veelgestelde vragen

Ik heb nergens last van. Waarom zou ik dan komen?

Omdat de aandoeningen die wij zoeken in hun beginfase geen pijn doen. Een gaatje meldt zich pas als het de zenuw nadert, en tandvleesontsteking verloopt bijna altijd pijnloos. Geen klachten betekent dus niet dat er niets speelt.

Hoe vaak moet ik komen?

Voor de meeste mensen twee keer per jaar. Bij een stabiel gebit met weinig risico kan één keer per jaar volstaan. Dat is maatwerk; we bepalen samen wat bij uw situatie past.

Wat kost het als ik pas bij pijn kom?

Bijna altijd een veelvoud. Een gaatje dat op tijd gevuld wordt, is één afspraak. Datzelfde gaatje dat de zenuw bereikt, betekent een wortelkanaalbehandeling en meestal een kroon erop. Wachten maakt de behandeling ingrijpender, niet alleen duurder.

Doet een controle pijn?

Nee. We kijken en tasten voorzichtig, meer gebeurt er niet. Een controle duurt tien tot vijftien minuten en is pijnloos.

Ik ben jaren niet geweest. Is het dan nog zinvol?

Zeker, en u krijgt geen commentaar. We kijken naar hoe het nu is en wat er nodig is, in een volgorde die voor u haalbaar is. Beginnen is op elk moment beter dan nog een jaar wachten.

Wordt een controle vergoed?

De controle valt onder NZa-code C002. Voor kinderen tot en met 17 jaar wordt die volledig vergoed vanuit de basisverzekering; voor volwassenen vaak via een aanvullende verzekering.

Meer over deze behandeling

Meer over dit onderwerp

Een vraag over uw eigen situatie?

Dit artikel is algemeen; uw mond is dat niet. Twijfelt u of dit op u van toepassing is, stel de vraag gerust. We kijken liever een keer mee dan dat u ermee blijft lopen.